De leefstijlarts als verbindende schakel in de CVA-laan: innovatie in interprofessionele samenwerking met positieve gezondheid als fundament

Samenvatting van initiatief

CVA-laan: leefstijlondersteuning na een beroerte op Goeree-Overflakkee
Jaarlijks krijgen ruim 43.000 mensen in Nederland een beroerte (CVA). Na de ziekenhuisopname en revalidatie komen velen thuis in een situatie waarbij versnipperde zorg en gebrek aan samenhang hun herstel bemoeilijken. Er is geen vast aanspreekpunt, professionals stemmen nauwelijks af en leefstijl wordt zelden als gedeelde opgave opgepakt. Dit terwijl leefstijl een bepalende factor is in het herstel én in het voorkomen van een tweede beroerte.
Op Goeree-Overflakkee — een regio met een bovengemiddeld aandeel ouderen — ontwikkelden fysiotherapeut Netty Westhoeve en neuroloog/leefstijlarts Lisette Maasland de CVA-laan: een interprofessioneel leefstijltraject voor mensen na een CVA. Het initiatief werd ontwikkeld via participatief actieonderzoek, samen met CVA-patiënten, een diëtist, ergotherapeut, Hogeschool Leiden, Hogeschool Utrecht, EMC Rotterdam en Deltadokters.
Wat houdt de CVA-laan in?
De CVA-laan is geen losstaand programma, maar netwerkzorg: een samenhangend traject waarin de leefstijlarts als verbindende schakel fungeert tussen patiënt, fysiotherapeut, diëtist, ergotherapeut, huisartsenzorg en welzijn. Patiënten doorlopen een 10-weekse pilot met groepstrainingen, persoonlijke leefstijlgesprekken en informatiebijeenkomsten. Centraal staat Positieve Gezondheid: niet alleen lichamelijk herstel, maar ook dagelijks functioneren, meedoen, mentaal welbevinden en eigen regie.
Wat zijn de resultaten?
Deelnemers rapporteren meer vertrouwen, meer energie, beter lopen en meer grip op het dagelijks leven. Metingen laten bij meerdere deelnemers verbetering zien in loopsnelheid, uithoudingsvermogen en kracht. Lotgenotencontact, kleinschaligheid en een vast aanspreekpunt worden als bijzonder waardevol ervaren. Voor professionals heeft het traject geleid tot gedeelde taal, kortere lijnen en rolverheldering. Op netwerkniveau zijn externe contacten gelegd met kennisinstellingen en is een ZonMw-aanvraag ingediend voor vervolgonderzoek.
De rol van de leefstijlarts
Een centrale bevinding is de meerwaarde van de leefstijlarts als verbindende schakel. Deze rol omvat medische duiding, leefstijlbegeleiding, casemanagement, signalering van terugval en interprofessionele afstemming. De onderzoekers adviseren deze rol formeel vast te leggen en overdraagbaar te maken, zodat de CVA-laan ook zonder de huidige initiatiefnemers kan worden voortgezet en opgeschaald.
Perspectief
De volgende stap is borging van de werkzame kern: scherpe instroomcriteria, kleine groepen, digitale samenwerking, structurele financiering en aansluiting van welzijn en het sociaal domein. Het initiatief toont aan dat betere nazorg na een CVA niet vraagt om méér losse interventies, maar om een werkend netwerk rondom de patiënt — met de leefstijlarts als spilfiguur.

De CVA-laan is ontwikkeld door Netty Westhoeve (Fit & Fysio Dirksland) en Lisette Maasland (Neurovitae), in samenwerking met patiënten en professionals.

Zie ook de resultaten van dit initiatief van de Coalitie Leefstijl in de Zorg implementatievoucher bij de bestanden op deze pagina. 

Doel initiatief

Nieuw zorgpad voor CVA patiënten na de revalidatiefase rond leefstijl
Ontwikkeling van interprofessioneel samenwerkingsverband met zorgprofessionals en patiënt
Positieve gezondheid als basis
Actie-onderzoek tijdens ontwikkeling van het netwerk
Leefstijlarts is de verbinder in de CVA–laan voor patiënt als op netwerk niveau

Type initiatief:

Leefstijlelement:

Ziektebeeld:

Doelgroep:

Geschikt voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden?:

Ja

Domein/sector waarin dit initiatief wordt aangeboden:

Domein waarmee wordt samengewerkt:

Provincie:

Regio:

Beschikbaarheidsvorm:

Status initiatief:

Wat zijn succesfactoren van dit initiatief?

1. Patiënten als volwaardige partners
Patiënten waren geen onderzoeksobject maar actieve mede-ontwerpers in de leergemeenschap. Zo leidde hun feedback direct tot aanpassingen: toen bleek dat post-its en uitgebreide informatieblokken voor sommige deelnemers te belastend waren, werd de aanpak vereenvoudigd en meer handelingsgericht gemaakt.
2. Lotgenotencontact in een kleine groep
De kleinschaligheid (vier tot zes deelnemers) creëerde veiligheid en herkenning. Tijdens de groepstrainingen hielpen en motiveerden deelnemers elkaar spontaan. Eén deelnemer noteerde: “ik weet weer waar ik aan kan werken” — een ervaring die mede ontstond door het contact met anderen in dezelfde situatie.
3. De leefstijlarts als verbindende schakel
Doordat één professional medische duiding, leefstijlbegeleiding én coördinatie combineerde, hoefden patiënten hun verhaal niet steeds opnieuw te vertellen. Een concreet voorbeeld: via de CVA-laan werd voor een deelnemer snel ergotherapie ingeschakeld én contact gelegd met de huisarts — iets wat in de versnipperde situatie daarvoor niet vanzelf zou zijn gegaan.
4. Positieve Gezondheid als gedeelde taal
Door dit brede gezondheidsbegrip te gebruiken, konden professionals én patiënten verder kijken dan alleen lichamelijk herstel. In de gesprekken kwamen zo ook vermoeidheid, zingeving, sociale rollen en eigen regie aan bod — onderwerpen die in een puur medisch model buiten beeld zouden blijven.
5. Lerende aanpak via actieonderzoek
Het traject werd gaandeweg bijgesteld op basis van ervaringen. Toen bleek dat het evaluatieplan te complex was voor de doelgroep, werd monitoring vereenvoudigd. Die responsiviteit — bereid zijn om bij te sturen — was een voorwaarde om het traject uitvoerbaar te houden voor mensen met cognitieve vermoeidheid na een CVA.

Wat zijn barrières van dit initiatief?

Op basis van het rapport zijn dit de belangrijkste barrières, elk met een concreet voorbeeld:
1. Vermoeidheid en overprikkeling bij deelnemers
CVA-patiënten hebben vaak beperkte cognitieve en fysieke belastbaarheid, wat deelname bemoeilijkt. Twee van de vijf deelnemers haakten vroegtijdig of grotendeels af. Als reden werd onder meer de combinatie van de CVA-laan met lopende revalidatie genoemd — de totale belasting was te hoog. Eén deelnemer gaf aan dat het tempo tijdens bijeenkomsten soms te hoog lag en dat niet alle informatie werd bijgehouden.
2. Ontbrekende digitale ondersteuning
Een gedeeld digitaal platform (VIPLive) was ontworpen als randvoorwaarde voor goede samenwerking, maar was tijdens de pilot nog niet volledig operationeel. Professionals communiceerden daardoor via losse telefooncontacten en Siilo, wat de samenwerking afhankelijk maakte van persoonlijke inzet in plaats van een structurele werkwijze.
3. Onduidelijke instroom en verwijzing
Er ontbrak een helder verwijspad vanuit huisarts, neuroloog of revalidatie naar de CVA-laan. Hierdoor was de vindbaarheid van het initiatief beperkt en bleef de groep klein. Een eenduidig verwijssjabloon met inclusie- en exclusiecriteria bestond nog niet, waardoor het onduidelijk was welke patiënten op welk moment geschikt waren voor deelname.
4. Onzekere financiering
Er is nog geen structureel bekostigingsmodel. De CVA-laan beweegt zich op het snijvlak van Zvw-zorg (zoals fysiotherapie en medische begeleiding) en gemeentelijk welzijns- en participatiebeleid. Dat domeinoverstijgende karakter maakt financiering complex: geen van beide partijen pakt de rekening vanzelfsprekend op, terwijl de meerwaarde juist ontstaat door de combinatie.
5. Kwetsbaarheid door persoonsafhankelijkheid
De CVA-laan draaide in grote mate op de inzet en betrokkenheid van de twee initiatiefnemers. Er waren nog geen afspraken over vervanging, back-up of overdracht van taken. Zolang de rol van de leefstijlarts niet formeel is vastgelegd en overdraagbaar gemaakt, blijft het initiatief kwetsbaar bij uitval of vertrek van sleutelpersonen.

Wat is er nodig om dit initiatief te borgen en/of op te schalen?

1. Vermoeidheid en overprikkeling bij deelnemers
CVA-patiënten hebben vaak beperkte cognitieve en fysieke belastbaarheid, wat deelname bemoeilijkt. Twee van de vijf deelnemers haakten vroegtijdig of grotendeels af. Als reden werd onder meer de combinatie van de CVA-laan met lopende revalidatie genoemd — de totale belasting was te hoog. Eén deelnemer gaf aan dat het tempo tijdens bijeenkomsten soms te hoog lag en dat niet alle informatie werd bijgehouden.
2. Ontbrekende digitale ondersteuning
Een gedeeld digitaal platform (VIPLive) was ontworpen als randvoorwaarde voor goede samenwerking, maar was tijdens de pilot nog niet volledig operationeel. Professionals communiceerden daardoor via losse telefooncontacten en Siilo, wat de samenwerking afhankelijk maakte van persoonlijke inzet in plaats van een structurele werkwijze.
3. Onduidelijke instroom en verwijzing
Er ontbrak een helder verwijspad vanuit huisarts, neuroloog of revalidatie naar de CVA-laan. Hierdoor was de vindbaarheid van het initiatief beperkt en bleef de groep klein. Een eenduidig verwijssjabloon met inclusie- en exclusiecriteria bestond nog niet, waardoor het onduidelijk was welke patiënten op welk moment geschikt waren voor deelname.
4. Onzekere financiering
Er is nog geen structureel bekostigingsmodel. De CVA-laan beweegt zich op het snijvlak van Zvw-zorg (zoals fysiotherapie en medische begeleiding) en gemeentelijk welzijns- en participatiebeleid. Dat domeinoverstijgende karakter maakt financiering complex: geen van beide partijen pakt de rekening vanzelfsprekend op, terwijl de meerwaarde juist ontstaat door de combinatie.
5. Kwetsbaarheid door persoonsafhankelijkheid
De CVA-laan draaide in grote mate op de inzet en betrokkenheid van de twee initiatiefnemers. Er waren nog geen afspraken over vervanging, back-up of overdracht van taken. Zolang de rol van de leefstijlarts niet formeel is vastgelegd en overdraagbaar gemaakt, blijft het initiatief kwetsbaar bij uitval of vertrek van sleutelpersonen.

Op basis van het rapport zijn dit de belangrijkste voorwaarden voor borging en opschaling, elk met een concreet voorbeeld:
1. Formaliseer de rol van de leefstijlarts
De rol van de leefstijlarts moet worden vastgelegd in een functieprofiel met duidelijke taken, mandaat en vervangingsafspraken. Concreet betekent dit: beschrijf minimaal welke taken de leefstijlarts uitvoert (medische duiding, leefstijlgesprek, casemanagement, terugkoppeling aan huisarts), wie de rol overneemt bij afwezigheid en welke informatie daarvoor beschikbaar moet zijn. Zonder deze formalisering blijft het initiatief afhankelijk van de huidige initiatiefnemers.
2. Implementeer digitale samenwerking als basisinfrastructuur
Een werkend gedeeld platform — zoals VIPLive — is geen luxe maar een randvoorwaarde. Concreet: richt een digitale omgeving in waarin doelen, afspraken, voortgang, zorgsignalen en betrokken professionals voor het hele team zichtbaar zijn. Zolang dit ontbreekt, functioneert de samenwerking via informele korte lijnen die niet overdraagbaar zijn naar nieuwe professionals of andere regio’s.
3. Ontwikkel een helder verwijspad en instroomcriteria
Structurele instroom vereist dat huisartsen, neurologen en revalidatieprofessionals weten wanneer en hoe ze kunnen verwijzen. Concreet: maak een eenvoudig verwijssjabloon met inclusiecriteria (zoals belastbaarheid, timing na CVA, motivatie) en zorg dat de CVA-laan vindbaar is in de sociale kaart van de regio. Zonder geregelde instroom blijft de groep te klein om het traject financieel en organisatorisch haalbaar te houden.
4. Ontwikkel een gezamenlijke financieringspropositie
Omdat de CVA-laan zowel zorginhoudelijke als maatschappelijke opbrengsten heeft, is een gecombineerde propositie richting zorgverzekeraar én gemeente nodig. Concreet: werk een beknopte financieringsnotitie uit waarin voor de zorgverzekeraar de nadruk ligt op nazorg, secundaire preventie en doelmatige afstemming, en voor de gemeente op participatie, zelfredzaamheid en voorkomen van zwaardere ondersteuning. Het rapport biedt hiervoor al een concrete vertaaltabel als startpunt.
5. Verbind welzijn en het sociaal domein structureel
De overgang van het begeleid traject naar zelfstandig volhouden is een kwetsbaar moment. Concreet: maak een warme overdracht naar lokaal beweeg- en welzijnsaanbod — zoals GO-Beweegt op Goeree-Overflakkee — onderdeel van het standaard uitstroomplan, en leg vast wie daarvoor verantwoordelijk is. Zonder deze schakel vallen deelnemers na afloop van de CVA-laan terug in de versnipperde situatie die het initiatief juist wilde doorbreken.
6. Sluit aan bij lopend landelijk onderzoek
Opschaling gaat sneller wanneer de CVA-laan wordt ingebed in een breder kennisnetwerk. Concreet: de ingediende ZonMw-aanvraag voor het project Samen gezond weer meedoen na NAH van Hogeschool Utrecht biedt hier direct aanknopingspunt. Fit & Fysio Dirksland heeft zich al als samenwerkingspartner verbonden, waardoor de CVA-laan kan fungeren als leeromgeving voor bredere doorontwikkeling en mogelijke vertaling naar andere regio’s of doelgroepen.

Welke twee tips of geleerde lessen zou je andere (startende) initiatieven mee willen geven?

1. Begin klein en durf bij te sturen
De neiging om een volledig uitgedacht programma te willen neerzetten voordat je begint, werkt belemmerend. De CVA-laan laat zien dat je meer leert door iets kleinschalig uit te proberen en gaandeweg aan te passen op basis van wat je tegenkomt. Concreet voorbeeld: toen bleek dat het evaluatieplan te complex was voor deelnemers met cognitieve vermoeidheid, werd de monitoring vereenvoudigd. Dat voelde misschien als een stap terug, maar leverde juist betrouwbaardere en bruikbaardere informatie op. De les: een responsieve aanpak — waarbij je bereid bent om bij te sturen — is geen zwakte, maar een voorwaarde voor een uitvoerbaar en betekenisvol initiatief.
2. Zet patiënten aan tafel, niet alleen in de stoel
Veel zorginitiatieven worden óver patiënten ontworpen, in plaats van mét hen. De CVA-laan koos er bewust voor om patiënten als volwaardige partners in de leergemeenschap op te nemen — niet alleen als bron van ervaringsverhalen, maar als mede-ontwerpers van het traject. Dat leverde inzichten op die professionals alleen nooit hadden bedacht, zoals de behoefte aan een dipjesplan, kortere informatieblokken en meer ruimte voor eigen tempo. De les: echte patiëntparticipatie kost meer tijd in de voorbereiding, maar maakt het initiatief relevanter, haalbaarder en beter passend bij de mensen voor wie je het doet.

Organisaties en/of partners betrokken bij de ontwikkeling van het initiatief

Zorgorganisaties:

Fit & Fysio Dirksland, Neurovitae, EMC, Deltadokters, ProVie-and, , Plaisier Fysiotherapie, VIPlive

Overige:

Hogeschool Utrecht, Hogeschool Leiden

Organisaties en/of partners waarmee wordt samengewerkt

Zorgorganisaties:

Fit & Fysio Dirksland, Neurovitae, Deltadokters, Provie-And, Plaisier fysiotherapie, EMC

Overige:

Hogeschool Utrecht, Hogeschool Leiden

Lopende of afgeronde onderzoeken

Contact

Contactpersoon

Netty Westhoeve

Functie binnen het initiatief

Onderzoeker/initatiefnemer/fysiotherapeut

Nieuw toegevoegde praktijkvoorbeelden

Publicatiedatum:

02-07-2026

Regio:

Publicatiedatum:

02-07-2026

Regio: